Beste sponsoren, familie, vrienden en geïnteresseerden,
(nog even een correctie op het vorige verhaal, de grens tussen Mauritanie en Senegal kwamen wij natuurlijk over de rivier de Senegal niet de Gambia, die ligt immers pas in Gambia)
Afgelopen week hebben wij de gelegenheid gekregen Gambia (The Gambia) te leren kennen en ook voor het eerst de Sint Vitus Healt Clinic te zien waar we al die tijd geld voor hebben verzameld.
Arthur en Ellen van de Stichting Humanitaire Hulp Gambia hebben ons (en alle Challengers met ons) hartelijk ontvangen en nemen ons mee naar veel van hun projecten in verschillende delen van Gambia. Het afgelopen weekend hebben we de tijd gekregen een beetje bij te komen en Claire had de tijd met haar moeder door te brengen die tot haar grote verrassing naar Gambia was afgereisd.
We namen afscheid van de andere Challengengers die stuk voor stuk naar huis vertrokken (met veel vertragingen en vastzitten).
Afgelopen maandag bezochten we samen met Bert en Hemme het project waarvoor ze reden. Een nieuw project van de Stichting Humanitaire Hulp Gambia, een wezenproject op de manier van Foster parents. Waar de kinderen (vaak van ouders overleden aan AIDS) worden ondergebracht in families zodat ze zich zoveel mogelijk kind kunnen voelen. De Stichting helpt de families dan met sponsoring zodat de families eten kunnen kopen en de kinderen naar school kunnen laten gaan. Ook bezochten we een aantal scholen waar de wezen naartoe gaan. Er ligt ook in Gambia nog steeds een grote taboe op het bespreken van AIDS en volgens de overheid bestaat AIDS niet en deze wezen dus ook niet. De kinderen aanwijzen in de klas was dus ook niet erg leuk voor ze (omdat ze dan bestempeld worden als wees) dus we hielden het bij de scholen bezoeken.
De middag bezochten we de Gouverneur van de regio rond de hoofdstad Banjul, in deze regio zijn ze samen met hem deze projecten gaan opzetten. Het is een hardwerkende man die zijn afspraken ook nakomt (zo vind je er niet veel in Gambia) en de Stichting werkt samen met hem en de overheid om deze projecten tot een succes te maken. Het is ook erg belangrijk dat dit in samenwerking met de overheid gebeurd. De overheden weten natuurlijk zelf het meeste van het reilen en zijlen van de omgeving, weten waar de grootste problemen zich bevinden en ze hebben macht om dingen voor elkaar te krijgen. De Stichting komt met ideeën en vaak een financiële basis, maar uiteindelijk is het de bedoeling dat de Stichting zich kan terug trekken uit de projecten en ze op eigen houtje verder kunnen.
Bert en Hemme werden nog onthaald met een ceremonie waar de pleeggezinnen en de belangrijke mensen van de regio het woord kregen. En er werd echte Gambiaanse vleespastei geserveerd.
Wij hadden nog onze laatste grote reis voor de boeg. Naar Bakadaji, diep het binnenland van Gambia in langs de rivier over de noordbank (die wegen zijn beter dan die van de zuidbank) Bakadaji ligt immers ten zuiden van de rivier de Gambia, met een pondje voor 3 auto’s en een splinternieuwe brug gingen we terug naar de andere kant.
Dus dinsdag ochtend vijf uur op. En om half zes ontmoeten we Musa (de vriendelijke Chauffeur van de stichting), Ellen en Wilbert (uit Breda, een ambulance broeder die ook een huis vlak bij Arthur en Ellen heeft en met hen bevriend is).
We vertrekken zo vroeg zodat we met de eerste pond om zeven uur van Banjul kunnen oversteken naar Barra. (De pond waarop we ook Banjul, de slapende hoofdstad van Gambia, binnenkwamen). Om kwart over zes kaartjes gekocht en de rij in. Iedereen vind het zo vreemd dat wij (vrouwen) achter het stuur zitten. Al we na wat checks (heb je tassen bij je? Nee? Een bed?) de boot op zijn zien we tot onze grote verrassing ook de heren van de Unimog de boot oprijden. Zij trekken komende dagen terug naar Nederland zo snel mogelijk over de weg (verschepen was een veel te kostbare aangelegenheid en nu ze de 150 kilo soda, vele nepcrocks en andere middelen bij het ziekenhuis waar ze voor reden hadden afgeleverd kunnen ze hun Unimog weer mee naar huisnemen) We kregen nog een grote tas met knuffels van ze die we in het binnenland mochten uitdelen en die kon bij de grote tas van Bert en Hemme staan die we hadden gekregen, net zoals de vele verband artikelen extra voor het ziekenhuis van het team de Dodgers.
De dag begon heerlijk koel, bewolking, dat was absoluut heerlijk want Basse en Bakadaji waar onze reis naartoe ging staan ook wel bekend als de Hel van Gambia, zo heet is het daar (nu was gelukkig niet de warmste tijd). En wat een reis, prachtig, Gambia is een stuk groener dan is verwachte, de droogte van Senegal wordt verruild voor grasvlaktes met bomen en palmen, ezels, koeien, waterpoelen met zilverreigers, lelies en vele kleine hutjes van leem met hooiendaken. Wat zijn de mensen hier anders, veel rustiger, tegenover de hektiek van de toeristische kust (het toerisme kent hier maar vier maanden, de maanden die voor ons de winter zijn) Zo rijden we dus de hele dag met af en toe de rivier in zich en soms alleen de droge vlaktes. Ineens houdt de weg op en moeten we de rivier over. Het pondje kan niet meer van drie auto’s aan en omdat er vier op moeten natuurlijk is het op de centimeter inparkeren maar het lukte uiteindelijk met hulp van druk gebarende Gambianen. De weg was veel beter dan de laatste keer dat Ellen en Arthur naar de Sint Vitus Kliniek afreisden en dat was een hele verademing. We konden de grote stukken negentig rijden en al zat wel alles onder een dikke laag rood stof toen we aankwamen, om drie uur ’s middags waren we er al (ineens). Bakadaji is een klein stadjes waar helemaal aan het einde een ommuurd terrein staat met twee gebouwen erop. Het ene gebouw is de kliniek en de andere is bijna opgeleverd, daarin kunnen de zusters en de hoofdbroeder slapen. We werden door de hele staf warm onthaald en ingeleid in de praktijk van de kliniek. Zo tegen het eind van de middag waren er niet vaak meer mensen op bezoek in de kliniek. En vertelde de hoofdbroeder in zijn kantoortje. De mensen die binnenkomen worden door hem onderzocht, en als het niet te ernstige zaken zijn, zelf hechten, malaria en andere dingen die zijn op te lossen met de medicijnen die ze daar hebben kan hij samen met de drie zusters oplossen. Gaat het om een kind dat niet wil komen, of acute zaken, dan komt onze ziekenwagen goed van pas. Daarmee kunnen ze vervoerd worden naar het ziekenhuis in Basse of een half uur de andere kant uit. Op het moment staat er een oude ziekenwagen die een aantal jaar terug door de Challenge mee genomen is naar de kliniek. Vele kinderen zijn hierin geboren, en hij heeft vele levens gered. Hij heeft gekampt met olielekken en de motor is nu gereviseerd zodat hij naar het ziekenhuis in Somita verplaatst wordt. De ziekenwagen van ons moet eerst in goede staat gebracht worden (ontstoft en gecontroleerd, bed eruit, schoongemaakt, ambulance en zwaailicht erop) en dan kan hij de oude ziekenwagen vervangen. Die is na revisie dan weer zo goed dat hij in Somita kan dienst doen want het project met het ziekenhuis hebben ze daar pas net opgestart en de ziekenwagen valt daar bijna uit elkaar. De chauffeur, en alle mensen in de kliniek waren zo blij met onze komst en de ambulance al vonden ze het wel moeilijk dat hij nog eerst weg zou gaan en dat hij geel was (kom ik later nog op terug) We zagen dus de bedden in de kliniek voor de kortere verblijven met infuus en de medicijn kast. De medicijnen zijn in de kliniek over het algemeen 50% goedkoper dan op andere plekken dus er wordt een stuk minder aan verdient. Wat er wel mee verdient wordt daar worden de lonen met de werkende mensen in de kliniek betaald. Dat zijn dus geen hoge lonen (alleen de hoofdbroeder wordt door stichtinggeld betaald, en het onderhoudt van de kliniek) en dat vinden sommige werknemers wel moeilijk. Maar zo kunnen ze het wel voor elkaar krijgen dat zorg voor iedereen te bereiken is en te betalen.
De kliniek is na de lesmarathon van het Sint Vitus gebouwd door lokale bouwbedrijven, die zijn vergeten spul tegen de termieten in de fundering te doen waardoor de termieten alle deuren en raamkozijnen opeten. Nu het nieuwe gebouw af is en er een nieuwe sponsoring komt zal de SHHG de deuren en kozijnen van metaal laten maken.
M.S.K. de vriendelijke man die ons bij de kliniek opwachtte, hij werkt voor de lokale overheid daar, voor de gouverneur van omgeving Bassa werkt ook voor de stichting en wij waren bij hem thuis uitgenodigd om te overnachten en te eten. Dus na iedereen uitgebreid ontmoet te hebben namen wij M.S.K. mee naar zijn huis waar zijn vrouw Ndaye op ons wachtte met het eten. En wat kan zij goed koken! Het was een erg warm welkom op de compound van M.S.K., alle kinderen uit de buurt speelden er en vonden ons natuurlijk behoorlijk interessant. Maar wat waren de kinderen hier vriendelijk en niemand vroeg ons om pennen of cadeaus, een hele verademing. Ze waren duidelijk niet erg gewend aan toeristen hier, enkel de blanke die hier voor missies of ziekenhuizen werken. Het huis van Ndaye en M.S.K. is een mooi huis voor Gambiaanse begrippen, van steen, met verscheidene kamers en een stel banken en echte bedden. Achter het huis bevond zich de keuken buiten, een paar houtvuurtjes met pannen. Ze bereidde heerlijke rijst met pindavleessaus (dat aten ze zelf met hun handen, wij kregen vriendelijk een lepel aangeboden). De conpound is het erf waaraan meerdere huizen van M.S.K. staan, hier wonen familieleden met kinderen. Omdat ze de familie zijn met het meeste geld in de wijk komen de kinderen hier vaak spelen en televisie kijken. Dat mag, in het weekend zelfs tot laat, totdat het te gek wordt (schreeuwende kinderen etc.) dan worden ze naar huis gestuurd. M.S.K. en zijn familie zijn moslim, dat betekend in Gambia niet geluierd rondlopen maar wel gescheiden eten, wij als gasten aten wel samen, maar NDaye had er grote moeite mee dat we haar ook vroegen mee te eten, zij at liever met haar kinderen in de keuken. Het is bijzonder dat NDaye de enige vrouw van M.S.K. is, ze hebben vier kinderen en in de meeste gezinnen zodra een man goed verdient behoord hij een extra vrouw te nemen en meer kinderen. (de broer van M.S.K. zou hem dit ook graag zien doen) (zelf is hij dit overgens niet van plan) Zijn kinderen zijn verschrikkelijk schattig, zijn oudste zoon is net zo oud als wij en vond het behoorlijk spannend dat wij er waren en wilde met alle zin ons Basse laten zien.
Wat een levendig stadje, zodra het donker en dus kouder wordt komen alle mensen de straat op, licht uit de winkeltjes door de stoffige en hobbelige straten (met afval overal, de mensen zijn nog niet zo ver dat ze daar zich druk om maken)
Het bijzondere vond ik dat al die dieren die je los op straat ziet lopen dat is ook gewoon de bedoeling. Om negen uur, gaat de poort open van de compound en schieten de schapen en de geiten uit de stal de straat op om op avontuur te gaan, lekker hier en daar gras te eten op straat, in het afval te rommelen, en tegen zonsondergang om zes uur komen ze weer terug. Zo gaat iedereen hier met zijn dieren om. Ik moest wel lachen toen we vroegen waarom ze niet eerder los mochten lopen, maar de dauw op het gras zou slecht zijn voor de hoeven van de geiten, en ik moest aan al die geiten en schapen in Nederland denken die constant in de regen en de dauw staan.
De knuffels die we van Bert en Hemme hadden gekregen wilde we graag op een eerlijke manier aan de kinderen in de stad geven. Dus wij begonnen heel voorzichtig met uitdelen in de Compound. De kinderen vonden het eerst heel spannend en een voor een kwamen ze naar ons toe voor een knuffel,ook de zoon van M.S.K. zag er optoe dat het eerlijk verliep. En blij dat ze waren, de honden gingen meteen op hun hoofd en die kinderen gaven ze kostant aan elkaar door. Zodra de kinderen op straat gingen spelen met hun knuffels kwamen er ook andere nieuw schierige kinderen de compound binnen om te kijken. Allemaal erg verlegen en dan moest iemand anders voor ze vragen of ze misschien ook een knuffel mochten. (Wij waren blij verrast dat het niet in een grote chaos uitliep) Steeds gingen we weer nieuwe knuffels uit de auto halen, voor moeders hun babys en iedereen vond het prachtig. Toen het donker viel waren we door alle knuffels van Ellen, Bert en Hemme en de unimog heen. De kinderen lieten ze niet meer los en de komende dag zagen we ze overal met de knuffels spelen.
Uit gastvrijheid moesten wij (Claire en ik) in het bed van NDaye en haar man slapen en dat hadden we in eerste instantie ook beloofd, maar toen het zo warm binnen in het huis bleef (alle ramen en deuren gingen dicht tegen de muggen bij zonsondergang en alle warmte bleef binnen) en wij toch uiteindelijk de uitnodiging afsloten en heerlijk in onze koele bus met kamboe geslapen hebben.
De volgende dag had NDaye een prachtige omelet gemaakt en met heerlijk vers brood was het een prefect ontbijt. En nadat NDaye zich heel mooi had aangekleed gingen we naar de markt van Basse, die is niet zomaar ergens op een plein maar een heel klein gangetje door en dan ineens sta je tussen honderden vrouwen gekleed in de mooiste felle kleuren omgeven met stapels groente, manden gedroogte vis, kruiden, vlees, spulletjes en allemaal bespikkeld met kleine vlekjes licht. Ondertussen onderhandelde NDaye over de prijzen voor het eten wat we die middag zouden maken.
Toen we weer terug waren ging ik NDaye in de ‘keuken’ helpen op een klein krukje mocht in de peperkorrels en de andere kruiden stampen in de houten vijzel. Snijplanken kennen ze niet. Dus uit snij je in de hand, toen ik probeerde de pompoen met een bot mes te schillen mocht ik stoppen.. ze hadden me niet meer nodig. Het eten wat een uurtje later klaar was heerlijk overgens.
Om vijf uur ging iedereen heel geheimzinnig doen en moesten we ineens weg (alle overige kip was ingepakt in aluminium doosjes) en bezochten we twee scholen die ook met steun van de SHHG onderhouden worden. Bij beide scholen een in Basse en een in Bakadaji, is een gebouw gebouwd door de SHHG en een door de overheid. Leraren (zijn er veel te weinig, veel voorkomende probleem, de salarissen zijn veel te laag) worden door de overheid betaald. School is niet verplicht in Gambia maar is wel redelijk goed te betalen (al is de kwaliteit niet al te best) De Stichting is samen met de wereld voedselbank een project begonnen om alle kinderen die daar met lege maag naar school te komen in ieder geval te voeden, dat helpt al een stuk in het leer proces.
Toen we na de stoffige weg terug te rijden naar Bakadaji werden we warm verwelkomd bij de Kliniek door alle staf, de imam, de gouveneur zelf (had M.S.K. geregeld, daarom dat hij zijn vrouw al die aluminiumbakjes voedsel liet maken anders zou hij niet komen) en vele andere mensen uit het dorp waren uitgelopen om erbij te zijn. Alle belangrijke mensen hielden een toespraak, dit duurde behoorlijk lang want alles moest in de stamtaal (wolof ) of in het engels vertaald worden. De chairman was redelijk kritisch, de kleur bleek niet goed te zijn omdat ze in Bakadaji altijd bij de oppositie in gehoord hebben en hun kleur is geel. Dit jaar hebben ze er voor gekozen toch de president te gaan aanhangen en een gele ambulance viel niet helemaal goed. Toen Ellen zei dat alle ambulances in Nederland geel waren en dat het een hele speciale kleur was voor ons was het ineens helemaal weer goed. Ook de Gouverneur (die er iets wat verveeld bij zat) had een mooie toespraak over hoe geweldig ze het vonden dat ze helemaal vanuit Nederland zoveel hulp kregen en dat hij er iedereen nogmaals aan wilde herinneren dat de ambulance alleen voor het ziekenhuis was en niet voor bruiloften! Kortom een lange maar mooie middag waar al onze sponsors en familie uitgebreid bedankt werd en dat ze het erg bijzonder vonden dat mensen van zo ver weg daar zoveel meebezig waren.
In het donker vertrokken we weer over de stoffige weg naar Basse waar Ndaye nog een heerlijke salade voor ons had gemaakt en iedereen was moe van de lange dag vol zitten en luisteren. En gingen we gauw naar bed.
Wij vertrokken met het opkomen van de zon terug naar Banjul over de stoffige weg. De reis liep voorspoedig en om twee uur stonden we al te wachten voor de ferry terug naar Banjul. Toen kregen we een telefoontje van Arthur dat hij met Bolke aan de andere kant van de ferry stond. Bolke, de laatst over gebleven Orange Hero had na 8 dagen eindelijk zijn auto vrijgekregen uit de haven van Dakar, hij was zelf naar Banjul afgereisd met de neef van Sidi die voor de SHHG werkt in Gambia waar Arthur hem op kwam halen. Bolke had die nacht nog zijn vlucht en aan de andere kant van de ferry hadden we nog een paar uur om bij te praten en Bolke even te laten zwemmen in de zee. Hun auto is geschonken aan de Stichting Humanitaire Hulp Gambia en wij vertrokken samen met Arthur en Ellen naar hun verblijf hier in Gambia. Een huis dat ze delen met vrienden van ze, Beppie en Milco. Een mooie tuin met een aantal kamers en hier mogen wij de laatste dagen voor ons vertrek terug naar Nederland van hun gastvrijheid genieten. Vanavond zullen we voor ze koken.
Heel vroeg in de ochtend maandag zullen wij richting Cassablanca vertrekken om vanuit daar naar Amsterdam af te reizen. Tot gauw,
Bye bye, Linde en Claire