De bus is nu een Ambulance

Afgelopen week is de bus echt een ambulance geworden! De mensen waren nog blijer, als dat mogelijk is, dan op de dag dat wij er waren voor de ceremoniële overhandiging. De oude ambulance werd mee gegeven aan Arthur en Ellen en de nieuwe werd in gebruik genomen. Nu maar hopen dat hij zijn best blijft doen en hen net zo goed dient als ons onderweg. Gelukkig is de weg naar Base inmiddels egaal en krijgt hij dus niet zo veel te verduren als de vorige ambulance. Hopelijk gaan we het zien aan zijn levensduur. Bus doe je best!

 

De foto’s zijn er!

We hebben een heel gave reis gehad. We zijn bezig met het afronden, uitvoeren van auto en een financiele afrekening.

We hebben ook al vast een deel van de foto's op picasa gezet. Veel plezier met kijken.

Vertraging

Een vertraging van de vlucht van Banjul naar Casablanca heeft als gevolg dat de dames hun aansluitende vlucht naar Amsterdam hebben gemist. De dames zullen nu in Casablanca (in een hotel) moeten overnachten, waarna ze morgen naar Amsterdam toe vliegen (verwachte aankomsttijd: 15:50, vluchtnummer AT850)

Onze terugreis 6 december

Voor iedereen die zich afvraagt wanneer we weer in Nederland zijn. Dat is aanstaande maandag 6 december om 15.50, op Schiphol. (Royal Air Maroc vlucht AT850 uit Casablanca) Vanuit Banjul gaan we dus eerst naar Casablanca en dan door naar Amsterdam. Dit is echter wel het schema zoals het op het ticket staat, maar het is bij veel andere teams gewijzigd geweest. Voor alsnog is onze reis nog niet veranderd, maar als dat gebeurt zullen we dat doorgeven.

Groetjes Claire een Linde

Het laatste stukje van het avontuur…

Beste sponsoren, familie, vrienden en geïnteresseerden,

(nog even een correctie op het vorige verhaal, de grens tussen Mauritanie en Senegal kwamen wij natuurlijk over de rivier de Senegal niet de Gambia, die ligt immers pas in Gambia)

Afgelopen week hebben wij de gelegenheid gekregen Gambia (The Gambia) te leren kennen en ook voor het eerst de Sint Vitus Healt Clinic te zien waar we al die tijd geld voor hebben verzameld.

Arthur en Ellen van de Stichting Humanitaire Hulp Gambia hebben ons (en alle Challengers met ons) hartelijk ontvangen en nemen ons mee naar veel van hun projecten in verschillende delen van Gambia. Het afgelopen weekend hebben we de tijd gekregen een beetje bij te komen en Claire had de tijd met haar moeder door te brengen die tot haar grote verrassing naar Gambia was afgereisd.

We namen afscheid van de andere Challengengers die stuk voor stuk naar huis vertrokken (met veel vertragingen en vastzitten).

 

Afgelopen maandag bezochten we samen met Bert en Hemme het project waarvoor ze reden. Een nieuw project van de Stichting Humanitaire Hulp Gambia, een wezenproject op de manier van Foster parents. Waar de kinderen (vaak van ouders overleden aan AIDS) worden ondergebracht in families zodat ze zich zoveel mogelijk kind kunnen voelen. De Stichting helpt de families dan met sponsoring zodat de families eten kunnen kopen en de kinderen naar school kunnen laten gaan. Ook bezochten we een aantal scholen waar de wezen naartoe gaan. Er ligt ook in Gambia nog steeds een grote taboe op het bespreken van AIDS en volgens de overheid bestaat AIDS niet en deze wezen dus ook niet. De kinderen aanwijzen in de klas was dus ook niet erg leuk voor ze (omdat ze dan bestempeld worden als wees) dus we hielden het bij de scholen bezoeken.

 

De middag bezochten we de Gouverneur van de regio rond de hoofdstad Banjul, in deze regio zijn ze samen met hem deze projecten gaan opzetten. Het is een hardwerkende man die zijn afspraken ook nakomt (zo vind je er niet veel in Gambia) en de Stichting werkt samen met hem en de overheid om deze projecten tot een succes te maken. Het is ook erg belangrijk dat dit in samenwerking met de overheid gebeurd. De overheden weten natuurlijk zelf het meeste van het reilen en zijlen van de omgeving, weten waar de grootste problemen zich bevinden en ze hebben macht om dingen voor elkaar te krijgen. De Stichting komt met ideeën en vaak een financiële basis, maar uiteindelijk is het de bedoeling dat de Stichting zich kan terug trekken uit de projecten en ze op eigen houtje verder kunnen.

 
Bert en Hemme werden nog onthaald met een ceremonie waar de pleeggezinnen en de belangrijke mensen van de regio het woord kregen. En er werd echte Gambiaanse vleespastei geserveerd.

Wij hadden nog onze laatste grote reis voor de boeg. Naar Bakadaji, diep het binnenland van Gambia in langs de rivier over de noordbank (die wegen zijn beter dan die van de zuidbank) Bakadaji ligt immers ten zuiden van de rivier de Gambia, met een pondje voor 3 auto’s en een splinternieuwe brug gingen we terug naar de andere kant.

Dus dinsdag ochtend vijf uur op. En om half zes ontmoeten we Musa (de vriendelijke Chauffeur van de stichting), Ellen en Wilbert (uit Breda, een ambulance broeder die ook een huis vlak bij Arthur en Ellen heeft en met hen bevriend is).

We vertrekken zo vroeg zodat we met de eerste pond om zeven uur van Banjul kunnen oversteken naar Barra. (De pond waarop we ook Banjul, de slapende hoofdstad van Gambia, binnenkwamen). Om kwart over zes kaartjes gekocht en de rij in. Iedereen vind het zo vreemd dat wij (vrouwen) achter het stuur zitten. Al we na wat checks (heb je tassen bij je? Nee? Een bed?) de boot op zijn zien we tot onze grote verrassing ook de heren van de Unimog de boot oprijden.  Zij trekken komende dagen terug naar Nederland zo snel mogelijk over de weg (verschepen was een veel te kostbare aangelegenheid en nu ze de 150 kilo soda, vele nepcrocks en andere middelen bij het ziekenhuis waar ze voor reden hadden afgeleverd kunnen ze hun Unimog weer mee naar huisnemen) We kregen nog een grote tas met knuffels van ze die we in het binnenland mochten uitdelen en die kon bij de grote tas van Bert en Hemme staan die we hadden gekregen, net zoals  de vele verband artikelen extra voor het ziekenhuis van het team de Dodgers.  

De dag begon heerlijk koel, bewolking, dat was absoluut heerlijk want  Basse en Bakadaji waar onze reis naartoe ging staan ook wel bekend als de Hel van Gambia, zo heet is het daar (nu was gelukkig niet de warmste tijd). En wat een reis, prachtig, Gambia is een stuk groener dan is verwachte, de droogte van Senegal wordt verruild voor grasvlaktes met bomen en palmen, ezels, koeien, waterpoelen met zilverreigers, lelies en vele kleine hutjes van leem met hooiendaken. Wat zijn de mensen hier anders, veel rustiger, tegenover de hektiek van de toeristische kust (het toerisme kent hier maar vier maanden, de maanden die voor ons de winter zijn) Zo rijden we dus de hele dag met af en toe de rivier in zich en soms alleen de droge vlaktes. Ineens houdt de weg op en moeten we de rivier over. Het pondje kan niet meer van drie auto’s aan en omdat er vier op moeten natuurlijk is het op de centimeter inparkeren maar het lukte uiteindelijk met hulp van druk gebarende Gambianen.  De weg was veel beter dan de laatste keer dat Ellen en Arthur naar de Sint Vitus Kliniek afreisden en dat was een hele verademing. We konden de grote stukken negentig rijden en al zat wel alles onder een dikke laag rood stof toen we aankwamen, om drie uur ’s middags waren we er al (ineens). Bakadaji is een klein stadjes waar helemaal aan het einde een ommuurd terrein staat met twee gebouwen erop. Het ene gebouw is de kliniek en de andere is bijna opgeleverd, daarin kunnen de zusters en de hoofdbroeder slapen. We werden door de hele staf warm onthaald en ingeleid in de praktijk van de kliniek. Zo tegen het eind van de middag waren er niet vaak meer mensen op bezoek in de kliniek. En vertelde de hoofdbroeder in zijn kantoortje. De mensen die binnenkomen worden door hem onderzocht, en als het niet te ernstige zaken zijn, zelf hechten, malaria en andere dingen die zijn op te lossen met de medicijnen die ze daar hebben kan hij samen met de drie zusters oplossen. Gaat het om een kind dat niet wil komen, of acute zaken, dan komt onze ziekenwagen goed van pas. Daarmee kunnen ze vervoerd worden naar het ziekenhuis in Basse of een half uur de andere kant uit. Op het moment staat er een oude ziekenwagen die een aantal jaar terug door de Challenge mee genomen is naar de kliniek. Vele kinderen zijn hierin geboren, en hij heeft vele levens gered. Hij heeft gekampt met olielekken en de motor is nu gereviseerd zodat hij naar het ziekenhuis in Somita verplaatst wordt. De ziekenwagen van ons moet eerst in goede staat gebracht worden (ontstoft en gecontroleerd, bed eruit, schoongemaakt, ambulance en zwaailicht erop) en dan kan hij de oude ziekenwagen vervangen. Die is na revisie dan weer zo goed dat hij in Somita kan dienst doen want het project met het ziekenhuis hebben ze daar pas net opgestart en de ziekenwagen valt daar bijna uit elkaar. De chauffeur, en alle mensen in de kliniek waren zo blij met onze komst en de ambulance al vonden ze het wel moeilijk dat hij nog eerst weg zou gaan en dat hij geel was (kom ik later nog op terug) We zagen dus de bedden in de kliniek voor de kortere verblijven met infuus en de medicijn kast. De medicijnen zijn in de kliniek over het algemeen 50% goedkoper dan op andere plekken dus er wordt een stuk minder aan verdient. Wat er wel mee verdient wordt daar worden de lonen met de werkende mensen in de kliniek betaald. Dat zijn dus geen hoge lonen (alleen de hoofdbroeder wordt door stichtinggeld betaald, en het onderhoudt van de kliniek) en dat vinden sommige werknemers wel moeilijk. Maar zo kunnen ze het wel voor elkaar krijgen dat zorg voor iedereen te bereiken is en te betalen. 

De kliniek is na de lesmarathon van het Sint Vitus gebouwd door lokale bouwbedrijven, die zijn vergeten spul tegen de termieten in de fundering te doen waardoor de termieten alle deuren en raamkozijnen opeten. Nu het nieuwe gebouw af is en er een nieuwe sponsoring komt zal de SHHG de deuren en kozijnen van metaal laten maken.

 

M.S.K. de vriendelijke man die ons bij de kliniek opwachtte, hij werkt voor de lokale overheid daar, voor de gouverneur van omgeving Bassa werkt ook voor de stichting en wij waren bij hem thuis uitgenodigd om te overnachten en te eten. Dus na iedereen uitgebreid ontmoet te hebben namen wij M.S.K. mee naar zijn huis waar zijn vrouw Ndaye op ons wachtte met het eten.  En wat kan zij goed koken! Het was een erg warm welkom op de compound van M.S.K., alle kinderen uit de buurt speelden er en vonden ons natuurlijk behoorlijk interessant. Maar wat waren de kinderen hier vriendelijk en niemand vroeg ons om pennen of cadeaus, een hele verademing. Ze waren duidelijk niet erg gewend aan toeristen hier, enkel de blanke die hier voor missies of ziekenhuizen werken. Het huis van Ndaye en M.S.K. is een mooi huis voor Gambiaanse begrippen, van steen, met verscheidene kamers en een stel banken en echte bedden. Achter het huis bevond zich de keuken buiten, een paar houtvuurtjes met pannen. Ze bereidde heerlijke rijst met pindavleessaus (dat aten ze zelf met hun handen, wij kregen vriendelijk een lepel aangeboden). De conpound is het erf waaraan meerdere huizen van M.S.K. staan, hier wonen familieleden met kinderen. Omdat ze de familie zijn met het meeste geld in de wijk komen de kinderen hier vaak spelen en televisie kijken. Dat mag, in het weekend zelfs tot laat, totdat het te gek wordt (schreeuwende kinderen etc.) dan worden ze naar huis gestuurd. M.S.K. en zijn familie zijn moslim, dat betekend in Gambia niet geluierd rondlopen maar wel gescheiden eten, wij als gasten aten wel samen, maar NDaye had er grote moeite mee dat we haar ook vroegen mee te eten, zij at liever met haar kinderen in de keuken. Het is bijzonder dat NDaye de enige vrouw van M.S.K. is, ze hebben vier kinderen en in de meeste gezinnen zodra een man goed verdient behoord hij een extra vrouw te nemen en meer kinderen. (de broer van M.S.K. zou hem dit ook graag zien doen) (zelf is hij dit overgens niet van plan) Zijn kinderen zijn verschrikkelijk schattig, zijn oudste zoon is net zo oud als wij en vond het behoorlijk spannend dat wij er waren en wilde met alle zin ons Basse laten zien.

Wat een levendig stadje, zodra het donker en dus kouder wordt komen alle mensen de straat op, licht uit de winkeltjes door de stoffige en hobbelige straten (met afval overal, de mensen zijn nog niet zo ver dat ze daar zich druk om maken)

Het bijzondere vond ik dat al die dieren die je los op straat ziet lopen dat is ook gewoon de bedoeling. Om negen uur, gaat de poort open van de compound en schieten de schapen en de geiten uit de stal de straat op om op avontuur te gaan, lekker hier en daar gras te eten op straat, in het afval te rommelen, en tegen zonsondergang om zes uur komen ze weer terug. Zo gaat iedereen hier met zijn dieren om. Ik moest wel lachen toen we vroegen waarom ze niet eerder los mochten lopen, maar de dauw op het gras zou slecht zijn voor de hoeven van de geiten, en ik moest aan al die geiten en schapen in Nederland denken die constant in de regen en de dauw staan.

De knuffels die we van Bert en Hemme hadden gekregen wilde we graag op een eerlijke manier aan de kinderen in de stad geven. Dus wij begonnen heel voorzichtig met uitdelen in de Compound. De kinderen vonden het eerst heel spannend en een voor een kwamen ze naar ons toe voor een knuffel,ook de zoon van M.S.K. zag er optoe dat het eerlijk verliep. En blij dat ze waren, de honden gingen meteen op hun hoofd en die kinderen gaven ze kostant aan elkaar door.  Zodra de kinderen op straat gingen spelen met hun knuffels kwamen er ook andere nieuw schierige kinderen de compound binnen om te kijken. Allemaal erg verlegen en dan moest iemand anders voor ze vragen of ze misschien ook een knuffel mochten. (Wij waren blij verrast dat het niet in een grote chaos uitliep) Steeds gingen we weer nieuwe knuffels uit de auto halen, voor moeders hun babys en iedereen vond het prachtig. Toen het donker viel waren we door alle knuffels van Ellen, Bert en Hemme en de unimog heen. De kinderen lieten ze niet meer los en de komende dag zagen we ze overal met de knuffels spelen.

Uit gastvrijheid moesten wij (Claire en ik) in het bed van NDaye en haar man slapen en dat hadden we in eerste instantie ook beloofd, maar toen het zo warm binnen in het huis bleef (alle ramen en deuren gingen dicht tegen de muggen bij zonsondergang en alle warmte bleef binnen) en wij toch uiteindelijk de uitnodiging afsloten en heerlijk in onze koele bus met kamboe geslapen hebben.

De volgende dag had NDaye een prachtige omelet gemaakt en met heerlijk vers brood was het een prefect ontbijt. En nadat NDaye zich heel mooi had aangekleed gingen we naar de markt van Basse, die is niet zomaar ergens op een plein maar een heel klein gangetje door en dan ineens sta je tussen honderden vrouwen gekleed in de mooiste felle kleuren omgeven met stapels groente, manden gedroogte vis, kruiden, vlees, spulletjes en allemaal bespikkeld met kleine vlekjes licht. Ondertussen onderhandelde NDaye over de prijzen voor het eten wat we die middag zouden maken.

Toen we weer terug waren ging ik NDaye in de ‘keuken’ helpen op een klein krukje mocht in de peperkorrels en de andere kruiden stampen in de houten vijzel. Snijplanken kennen ze niet. Dus uit snij je in de hand, toen ik probeerde de pompoen met een bot mes te schillen mocht ik stoppen.. ze hadden me niet meer nodig. Het eten wat een uurtje later klaar was heerlijk overgens.

Om vijf uur ging iedereen heel geheimzinnig doen en moesten we ineens weg (alle overige kip was ingepakt in aluminium doosjes) en bezochten we twee scholen die ook met steun van de SHHG onderhouden worden. Bij beide scholen een in Basse en een in Bakadaji, is een gebouw gebouwd door de SHHG en een door de overheid. Leraren (zijn er veel te weinig, veel voorkomende probleem, de salarissen zijn veel te laag) worden door de overheid betaald. School is niet verplicht in Gambia maar is wel redelijk goed te betalen (al is de kwaliteit niet al te best) De Stichting is samen met de wereld voedselbank een project begonnen om alle kinderen die daar met lege maag naar school te komen in ieder geval te voeden, dat helpt al een stuk in het leer proces.

Toen we na de stoffige weg terug te rijden naar Bakadaji werden we warm verwelkomd bij de Kliniek door alle staf, de imam, de gouveneur zelf (had M.S.K. geregeld, daarom dat hij zijn vrouw al die aluminiumbakjes voedsel liet maken anders zou hij niet komen) en vele andere mensen uit het dorp waren uitgelopen om erbij te zijn. Alle belangrijke mensen hielden een toespraak, dit duurde behoorlijk lang want alles moest in de stamtaal (wolof ) of in het engels vertaald worden.  De chairman was redelijk kritisch, de kleur bleek niet goed te zijn omdat ze in Bakadaji altijd bij de oppositie in gehoord hebben en hun kleur is geel. Dit jaar hebben ze er voor gekozen toch de president te gaan aanhangen en een gele ambulance viel niet helemaal goed. Toen Ellen zei dat alle ambulances in Nederland geel waren en dat het een hele speciale kleur was voor ons was het ineens helemaal weer goed. Ook de Gouverneur (die er iets wat verveeld bij zat) had een mooie toespraak over hoe geweldig ze het vonden dat ze helemaal vanuit Nederland zoveel hulp kregen en dat hij er iedereen nogmaals aan wilde herinneren dat de ambulance alleen voor het ziekenhuis was en niet voor bruiloften! Kortom een lange maar mooie middag waar al onze sponsors en familie uitgebreid bedankt werd en dat ze het erg bijzonder vonden dat mensen van zo ver weg daar zoveel meebezig waren.  

In het donker vertrokken we weer over de stoffige weg naar Basse waar Ndaye nog een heerlijke salade voor ons had gemaakt en iedereen was moe van de lange dag vol zitten en luisteren. En gingen we gauw naar bed.

Wij vertrokken met het opkomen van de zon terug naar Banjul over de stoffige weg. De reis liep voorspoedig en om twee uur stonden we al te wachten voor de ferry terug naar Banjul. Toen kregen we een telefoontje van Arthur dat hij met Bolke aan de andere kant van de ferry stond. Bolke, de laatst over gebleven Orange Hero had na 8 dagen eindelijk zijn auto vrijgekregen uit de haven van Dakar, hij was zelf naar Banjul afgereisd met de neef van Sidi die voor de SHHG werkt in Gambia waar Arthur hem op kwam halen. Bolke had die nacht nog zijn vlucht en aan de andere kant van de ferry hadden we nog een paar uur om bij te praten en Bolke even te laten zwemmen in de zee. Hun auto is geschonken aan de Stichting Humanitaire Hulp Gambia en wij vertrokken samen met Arthur en Ellen naar hun verblijf hier in Gambia. Een huis dat ze delen met vrienden van ze, Beppie en Milco. Een mooie tuin met een aantal kamers en hier mogen wij de laatste dagen voor ons vertrek terug naar Nederland van hun gastvrijheid genieten. Vanavond zullen we voor ze koken.

Heel vroeg in de ochtend maandag zullen wij richting Cassablanca vertrekken om vanuit daar naar Amsterdam af te reizen. Tot gauw,

Bye bye, Linde en Claire

 

Dag 25

Na een paar dagen kust, zijn de dames gisteren de binnenlanden van Gambia ingetrokken. Via een zeer stoffige weg (voor de route klik hier) zijn ze naar het ziekhuis gegaan waar hun gele Ford Transit als ambulance zal gaan dienen.Afgelopen nacht en vannacht verblijven ze in een gastgezin in de buurt van het ziekenhuis.

Routes Senegal en Gambia bijgewerkt

Nu de dames eenmaal in Gambia zijn, kunnen ze vrijuit vertellen op welke schitterende locaties ze overnacht hebben in Senegal (lange leve de Senegalese autoriteiten…) Deze locaties en hun huidige locatie zijn hier terug te vinden!

Bericht vanuit Gambia

Hee iedereen!

Om te beginnen: We zijn er! We hebben het gehaald! Iedereen heeft het gehaald, zelfs FlyingVlek, de Ford campeerbus, de afgelopen dagen hebben we hem voornamelijk moeten aanduwen om hem rijdende te krijgen en er is een hoop op gemopperd. Maar wij zijn trots op ze dat ze het gehaald hebben. (De remmen liepen vast, motor kookte, hij start niet als hij warm is, band is lek en was geen nieuwe voor te vinden dus moest af en toe opgepompt worden) Maar het hoort erbij, het maakt een Challenge een Challenge en het spannend. (Gelukkig wist Martijn, de eigenaar ook genoeg van zijn bus om hem te kunnen repareren) 
Wij daar in tegen hebben gelukkig weinig pech gehad. Al onze banden zijn nog heel, (wat een wonder is gezien de vele potholes (diepe gaten in de weg) de motor loop als een zonnetje, hij heeft ongeveer een halve liter olie verbruikt en is een aantal deukjes en krassen rijker. En met genoeg snelheid komt hij ook wel door los zand heen. 
Sinds we Nouckachot verlieten hebben we eigenlijk bijna geen enkele goede weg meer kunnen rijden (wij vinden het allemaal geweldig natuurlijk en ik zal nooit meer zeuren over slechte wegen in belgie) Veel stukken was er eigenlijk meer gat dan weg en als je geluk had liep er een zandpad schuin langs de weg waar je over kon hobbelen. 
Maar nu de verhalen natuurlijk. Ons vertrek vanuit Nouckachot verliep niet helemaal als gepland, we hadden de avond met iedereen bijgepraat die uit het zand kwamen in Mauritanie en toen bleek de auto van De Graaf, toch niet mee te kunnen. Maar het was de bedoeling dat we met iedereen de grens van Senegal zouden oversteken, de regering van Senegal blijft erg moeilijk doen over auto's ouder dan 5 jaar door hun land te rijden en ze zijn nog banger dat we ze daar zouden verkopen. Met de België editie is het toen vervolgens zo geescaleerd aan de grens dat ze gedwongen werden zo snel mogelijk naar Gambia door te rijden. 
We moesten die ochtend dus vroeg op, zo snel mogelijk naar de grens want daar zouden we veel tijd kwijt zijn. Dus ik heel vroeg naar een winkeltje die mij de avond ervoor verzekerd had dat ze om zes uur vers brood zouden hebben, was natuurlijk dicht. Onze gids Sidi, bleek iedereen te kennen, maakte een belletje, wij liepen ernaar toe, er kwam iemand met een sleutel, toen een jongen met een zak brood en vijf minuten later de eigenaar. En binnen tien minuten hadden we warm vers brood. 
Omdat de Graaf niet meekon (eerst hebben we buiten nog een tijd staan wachten) bleven Bert en Hemme, Arno en Sandor (waar we de eerste dagen mee reden) achter met nog anderen. Zij zouden ons de volgende dag nakomen als de brandstofpomp gerepareerd was door de 'mecanicien'. 
Om nogmaals te benadrukken, wat een mooi land is Mauritanie, en wat zijn de mensen vriendelijk. Je kan weer eens zien hoe de media alles wat je van een land vindt weet te manipuleren. Eenzijdige informatie over ontvoeringen laat mensen denken dat het gevaarlijk is. Maar wij hebben rustig op straat kunnen lopen en gewinkeld, met kinderen gepraat. Zo leeg als de Noordelijke kust Sahara is, zo bevolkt is het in het zuiden. We reden bijna constant door kleine dorpjes met overstekende koeien, kamelen en geiten. Er was nog wat gezeur vanuit de groep omdat de ons beloofde politie escort niet aanwezig was. Sidi onze gids vertelde ons dat dat echt niet mogelijk was en dat het onzin was dat de organisatie dat gezegd had want die kregen alleen koningen. Wij die ons perfect veilig voelden en het eerlijk gezegd alleen maar leuk vonden dat we nu wel konden stoppen waar we wilden, vonden het niet zo'n probleem maar Sidi kreeg nogal ruzie met de organisatie. Vervolgens voelde hij zich nogal vervelend en ging ons vervolgens overal aanwijzen waar er militairen in de zand duinen lagen om de weg te bewaken. Ja ze lagen er nog echt ook met hun geweren. 
Ineens sloegen we van de weg af een zandpad op. We konden namelijk de grens niet over bij Rosso waar de grote weg heengaat. Het schijnt een verschrikkelijk grens overgang te zijn waar je tussen hekken vastgezet wordt en je paspoort en geld wordt afgenomen. Dat was de bedoeling dus we zouden de grens overgaan zo dicht mogelijk op de kust, bij Diama. De weg ernaartoe was slecht. Wij vonden het natuurlijk verschrikkelijk spannend, omdat wij besloten hadden niet door het zand te rijden in Mauritanië hadden wij een hoop offroad gemist en dat konden we nu rustig goedmaken. 
Het eerste gedeelte van de weg was een stoffig zandpad door de Savanne, waarbij het niet was volg je voorganger, maar de stofwolk voor je. Alles zat onder, wij als nomaden ingewikkeld in onze sjaals met onze ramen open. (anders smelt je) Met genoeg snelheid kwamen we ook het mulle zand door en van dit pad kwamen we uit in een dorpje tussen laag liggende moerassen en meren. Hier vervolgde het pad in een twee meter breed hobbellig weggetje met aan een kant water en aan de andere kant riet. In zn 1 en soms hingen we compleet naar een kant. De groene mercedes van Anouk en Merijn lag zo laag dat ze er veel moeite mee hadden en achter raakten, toen we ineens de heuvel afgingen een droge rivier bedding met boompjes in reden zij door en toen wij er op het volgende dijkje achter kwamen dat de helft van de groep miste waren we ze helemaal kwijt. Dan is het wel geweldig dat we de MC 27 (bakkie) hebben. Want hoewel we elkaar niet konden zien konden we elkaar wel horen. We wisten dat ze waarschijnlijk de afslag gemist hadden en een Ad ging met zn 4wd met Sidi de gids naar ze opzoek. Uiteidelijk vonden we ze omdat ze voor ons uitgekomen waren, een waar doolhof dus. Langs een politiepost (in het niks), de laatste van Mauritanië en ook hier wist Sidi net als alle andere 30 posten over de grote weg in Mauritanie ons er makkelijk doorheen te praten. Toen begon een bredere maar verschrikkelijk weg, weer van die wasbordjes, van dat opgekrulde asvalt waar je hele auto op staat te trillen, wij konden ze ook niet met gepaste snelheid over (dat voel je het iets minder) omdat we de mercedes met steeds lekker wordende band niet wilde achterlaten. Ondertussen genoten we van de groenheid om ons heen en de vele lelies en watervolgens, zilverreigers enzo. We moesten nog ergens ineens geld betalen voor het natuurpark, want die agenten zekerste weten in hun eigen zak zouden steken. Maar iedereen moest wel. Je wilt toch ook verder. 
Toen ineens was daar de grens, een brug over de Rivier The Gambia was de grens. We waren dus pas laat bij de grens, een uur of half vier en het schoot ook niet erg op. Er moest overal smeergeld betaald worden (dat wisten we van te voren) Dus het enige wat wij konden doen was verscheidene keren de gids paspoorten geven met een weer zoveel euro's en dan je weer verdiepen in je boek. (Eindelijk eens tijd om mijn kunstgeschiedenis boek te lezen) Ze zeggen ook wel dat bij de grens van Senegal de steekpenning is uitgevonden. Het beste is rustig blijven en onderhandelen, dat deed John voor ons. Hij helpt ons in naam van de Amsterdam-Dakar-Challenge. Dat was wel erg fijn, in voorgaande jaren is er soms wel 300 euro gevraagd om Senegal binnen te komen, en dat is nu een onofficiele afspraak van 70 euro. En dat allemaal omdat wij een escort moeten meekrijgen omdat we kosten wat het kost niet onze auto in Senegal mogen verkopen. Wij maakte ons er niet zo druk over. Onze ambulance wordt uberhaupt niet verkocht. En binnen twee uur waren we Mauritanie uit, de brug over en stonden we met ondergaande zon in Senegal. Daar kwamen hordes kinderen kijken wat er te halen viel bij de blanke toeristen en dat resulteerde in chaos. Wij houden ons daar een beetje afzijdig van, we vinden het leuk om wat te geven aan kinderen die er niet om komen bedelen, lees zeuren. Ook in Marokko laten ze je niet met rust, zeker niet als je ze wel iets geeft. En dat soort gedrag willen wij niet bevorderen. Als je maar duidelijk genoeg bent dat je ze niet je boek gaat geven dat komt het goed en uiteindelijk heb ik een paar uur met wat jonge jongens gepraat over hun land. Ze woonde in het dorp verderop en kwamen om zes uur uit school. Ze hadden fietsen en het helemaal niet slecht ofzo, ik geloof ook dat Senegal een van de rijkere landen in Oostelijk Afrika is. Om acht uur waren we klaar met alle formaliteiten om Senegal in te komen, een escort zou komen en dan zouden we gaan. Naar een geheime bestemming, de Zebrabar die ons uitdrukkelijk gevraagd werd nergens te vernoemen er zou nog wel eens de kans zijn als de authoriteiten daarachter kwamen ze ons de doorgang naar Dakar zouden ontzeggen. 
Nou het was al twee uur donker, we waren allemaal stoffig en bezweet en wilde douchen, de escort zou komen over tien minuten dus wij in onze autos, motors aan, klaarzitten. Dat waren duidelijk 10 afrikaanse minuten. Na vijf minuten gingen de motors weer uit, en we wachten een kwartier, toen kwam er een auto, wij terug in ons auto's motor aan, rijden naar voren. Nee, er mist nog een auto. Motor uit, wachten, en zo ging het ongeveer vijf kwartier door. Dat was nogal slopend. Om negen uur vertrokken we eindelijk Senegal in. Door St. Louis, langs prachtige meren waar de maan in gereflecteerd werd. meer zagen we niet. Het was zacht warm en rustig. 
Na een zandpad kwamen we op een donkere camping aan waar we onthaald werden door de Orange Hero's, het was erg leuk om Bolke en Alexander weer te zien, hun auto was op de boot naar Dakar en zij waren met aanhang en huurauto naar ons toegekomen. Dat werd een gezamelijke avondmaatijd en veel bijkletsen. Toen ik om twaalf uur geen zin meer had in een koude douche ben ik gaan slapen.
De volgende ochtend bleken we in een prachitig stukje wereld te staan. Aan de kust tussen binnen wateren, strand bootjes, tropische vogels en bootjes. 
Om zeven uur vertrekken? Echt niet, nu namen wij onze tien afrikaanse minuutjes, de escort die ons mee naar Dakar zou nemen stond braaf om zeven uur klaar, toen lagen wij nog in bed. rustig ontbijten en om tien uur vertrokken we. Een weg die soms hele stukken goed was als je om de gaten heen slingerde en de groep begon steeds meer uit elkaar te vallen, probeer maar eens met 30 auto's in konvooi te rijden. Zeker als de Ford Camperbus 1:3 rijdt met een tank van 35 liter en dus elke 100 km moet tanken. (hun hele bus stond vol met jerrycans) De escort bleek het niks uit te maken en ineens waren wij nog alleen achter met de unimog. We vonden weer anderen die waren aangehouden omdat ze niet gestopt hadden bij een overgroeid stopbord op een lege kruising (internationaal rijbewijs ingenomen) maar toen wij en de unimog stopten en we gezamelijk aanreden kon de unimog niet meer schakelen en wachten wij op ze. Zo waren we helemaal los uit het convooi en dat voelde eigenlijk wel goed. De heren van de unimog lagen een tijdje onder hun auto, maar ze konden de laatste twee versnellingen 7 en 8 eigenlijk niet gebruiken dus vroegen ons door te rijden. In eerste instantie deden we dat maar bij de volgende kruising wisten we de weg niet meer en wachten we weer op hun (zij hadden dit immer twee jaar terug ook gereden). Vanaf toen zijn we met af en toen grote gaten ertussen toch samen opgetrokken en reden we op onze wandel gps met een grote pijl in de richting waar we heen moesten naar de camping aan lac rose. Toen we niet zeker wisten of we ergens rechts konden (volgens de pijl moest dat maar dat ging een woonwijk in) vroeg ik het aan een verkeersregelaar, die liet me aan de kant stoppen, verliet vervolgens zn kruispunt om mij eens rustig uit te leggen hoe ik daar moest komen. Dat vonden ze bovenin de unimog wel erg grappig.  Opweg naar waar vroeger de officiele Parijs Dakar eindigde. Een super super super slechte weg alsin gaten kaas. 
Na een klein uurtje te hobbelen waren we er ineens. Een Amsterdam-Dakar finishvlag en de andere teams waren net 10 minuten binnen! Zo dat was het dan. Dat voelde wel raar. We waren best trots, maar ook is het wel vreemd dat het afgelopen is. Of in ieder geval bijna, iedereen ging natuurlijk nog door naar Gambia dit keer, maar nog een dag maar dus. 
Een uitgelaten avond, geproost op ons goed rijden en navigeren met de heren van de Unimog en samen met iedereen in het restaurant eten op kosten van de Amsterdam-Dakar Challenge. (de teams nightblind en wat anderen waren verdwaald in het centrum van dakar, te ver doorgereden en zo kwame ze drie uur later). Het was een gezellige avond, Bolke, Alexander en Merel kwamen 's avonds ook en ik werd met kleren en al in het zwembad gegooid en we hebben nog tot half twee zitten praten met een groepje. 
De volgende dag was immers onze rustdag. Natuurlijk begint onze rustdag met het nodige kleren wassen en we wilde natuurlijk graag Dakar zien, en het strand bij de officiele Parijs-Dakar finish. Dus daarna lucht uit de banden laten lopen van de 4wd van Ad en Linda en door de zandduinen naar het strand gecrossd, dat hadden wij met onze bus nog niet meegemaakt dus dat was wel geweldig! Aangezien ze maar twee stoelen hadden reed Ad, zat Egbert op de handrem en Jasper op de stoel en lagen Linda en ik op hun bed achterin, de schokdemper links achter was stuk en daar lag ik, bij een hobbel vloog ik zo ver omhoog dat mijn heup het planfond raakte. 
'De elite groep'  zoals we ze noemen, o.a. de landrovers die die ochtend op quadjes door het zand hadden gecrosst hadden een 4wd bus geregeld naar Dakar en naar de golfbaan en wij mochten mee dan konden we voor een stuk minder geld naar dakar rijden. Dat was erg leuk. Echt een volle drukke stad maar met veel vriendelijke mensen (die je allemaal telefoon kaarten willen verkopen waar je niks aan hebt) we vonden hele drukke marktjes en een autostraat die meer op een grote sloop leek waar je alle onderdelen kon kopen die je maar wilde. Ook vonden we een echte Franse supermarkt waar we allemaal leuke dingen voor het avond eten kochten. Zoveel te zien en te beschrijven dat gaat niet allemaal lukken. Op de smalle stoep op een lange loper zaten mannen te bidden en ik was wat achter geraakt en raakte met een hele vriendelijke vrouw in een uitgebreid gesprek over haar leven. We hadden besloten de jongens te ontmoeten bij de golfbaan in Dakar, zodat we ook met ze mee terug konden naar de camping. Met een taxi in de file terwijl de zon onder ging was wel prachtig. De terugrit naar de camping was dan ook wel gigantisch geweldig. De jongens hadden afgesproken dat we over het strand terug zouden gaan. En dan resulteerde in een super gave rit door de zee en het strand, waarbij de uitlaat erafviel en de bus nog meer lawaai ging maken, de jongen op een gegeven moment op zn versnellingspook stond te springen om nog te kunnen schakelen, we bijna omkieperden en ik de meloen bijna verloor. We over heel veel krabben zijn heengereden, er zaten er ongeveer een milioen daar, de chauffeur ook nog eens de weg kwijt was en we in het zand meteen vast zaten zodat iedereen ging helpen met de banden leeg te laten lopen. een hele beleving. 
Om negen uur kwamen we aan en toen moesten we nog koken, volgende dag moesten we om half zes weg, dus vijf uur op, dus toen we om elf uur klaar waren met eten is het niet meer gelukt onze verhalen bij te werken. Ik ben die nacht vervolgens heel erg ziek geworden. Dus waarschijnlijk heb ik iets van zwembad water binnen gekregen (ik was er die ochtend ook nogeens door Hemme ingegooid) En ik heb uren voor het wc-gebouw gezeten aangezien ik daar steeds heen moest rennen. De volgende ochtend was ik kapot en ook Claire was ook moe aangezien ik steeds de auto in en uit ging maar het eerste stuk in het donker over de hobbelweg reed zij en toen ik niet meer misselijk was ben ik uiteindelijk gaan rijden. Eten durfde ik nog niet maar met rehydratie pakketjes is alles goed gekomen. De weg was slecht en op een gegeven moment hield de Ford camper er helemaal meeop (Martijn zag het ook niet meer zitten) en hebben we ook nog een drie kwartier rust gepakt zodat ze de motor konden laten afkoelen, de remvloeistof konden aftappen en weer moet verzamelen om weg te gaan. Onze escort had het toen waarschijnlijk zo gehad dat toen hij iemand tegen kwam die hij kende zo bij hem in de auto stapte en wegreed. Waren we daar ook vanaf. Bij de grens werden we door Arthur Aalst van de Stichting Humanitaire Hulp Gambia opgewacht en we waren gewoon binnen anderhalf uur in Gambia! (voorgaande jaren was dit ook een lange zit deze grens) En konden we nog met licht op de ferry naar Banjul waarbij Arthur zo had geregeld dat we voor mochten (absoluut heel erg asociaal) maar spaarde ons een zit in het donker op de dok waar je constant aangesproken aangetikt wordt of je toch echt geen drinken of wat dan ook wil kopen. We konden zelfs met de eerste rit mee, als allerlaatste auto (alle auto's voor ons stonden vervolgens tegen elkaar aan omdat we ze een tikje gaven) En zo zagen wij Banjul en alle mangroves met ondergaande zon, overal was het vergeven met witte vlinderens, echt overal. Zo verschrikkelijk mooi, we werden door een andere vriendelijk man van een stichting meegenomen naar de overkant (duurde een uur) en naar een bar om op de anderen te wachten. 
Daar was natuurlijk een grote verrassing voor Claire, Gemma, haar moeder stond daar op haar te wachten, dus die vielen elkaar in de armen en we hebben gezellig een drankje gedronken.
Vervolgens konden de anderen niet aanmeren in de haven en duurde het nog twee uur voordat ze zich bij ons konden voegen. Toen aten we samen en moesten van veel mensen al afscheid nemen. 
Met een klein groepje vertrokken we naar een camping waar ik nog graag met de anderen wilde staan en vandaag komen we een beetje bij van de reis. We zijn samen met de moeder van Claire naar haar hotel gegaan en daar in de buurt schrijf ik dit verhaal. 
Komende maandag is de seremonie, en volgende week zondag de veiling van de auto's. Het gaat waarschijnlijk niet lukken om het project in Bakadaji te bezoeken, maar dat overleggen we vandaag met Arthur en Ellen. We gaan in ieder geval ook andere projecten van hun bezoeken komende week!
Vreemd dat het nu afgelopen is. Nouja, bijna dan. 

Liefs, 

Linde (en ook van Claire!) 

Dag 19

Dakar is bereikt!

Met een gele Ford Transit zijn Claire en Linde in 19 dagen van Amsterdam naar Dakar gereden! Vandaag hebben ze de laatste officiële etappe gereden. Morgen hebben ze een wel verdiende rustdag. Ze zullen morgen vast wel een internetcafé kunnen vinden, alwaar ze hun recente belevenissen op deze site kunnen zetten.

Dag 18

De dames zijn na een lange dag aangekomen in Senegal. Ze hebben vier uur bij de grens gewacht, maar ze zijn nu onderweg naar hun slaapplek. De locale autoriteit staat het niet toe dat ze onderweg stoppen, dit mag zelfs niet traceerbaar zijn :s, deze keer sturen ze dus niet hun exacte locatie door. Echter, er vanuit gaande dat ze hun plannen voortzetten, dan rijden ze nu richting St. Louis en rijden ze morgen door naar Dakar (de laatste officiële etappe!!!).